Het beste aan Gent zijn de Gentenaren: sociaal, hoffelijk en bescheiden. Een ware verademing als je de Antwerpse arrogantie, onverschilligheid en navelstaarderij gewoon bent. Het verkeer is een goeie graadmeter. Mensen rijden hier op een of andere manier hoffelijker en minder egoïstisch. Bovendien lijken ze veel minder vaak te claxonneren. Je zal me nu ook weer niet horen beweren dat het in Gent allemaal peis en vree is. Ik was al getuige van verkeersagressie tussen een automobilist en een paar fietsers, maar zelfs dan blijft de hommeles nog best binnen de perken. Er wordt wat over en weer geroepen –‘kiekens!’- en vies gekeken, maar daarmee was de kous af. In Antwerpen waren er gegarandeerd gewonden, zoniet doden, gevallen. Minder verkeersagressie in Gent dus, of het moest zijn dat ‘t stad trendsetter is en mijn conclusie voorbarig.
Andere graadmeter: de supermarkt! Antwerpenaren lijken op eender welk moment van de dag door een haas gepoept, schamen zich niet voor een bodycheck meer of minder tijdens hun consumptierace, en lijken er wel genoegen in te scheppen je nu en dan met een volgeladen boodschappenkar argeloos te porren aan de kassa. Dat fenomeen lijkt in Gent op een of andere manier minder frequent voor te komen. Gentenaren hebben misschien meer tijd of ze staan gewoon gelukkiger, relaxter, en altruïstischer in het leven.
Nog één voorbeeld: stadsblogs. Gent Blogt is van in den beginne een voltreffer gebleken: goed georganiseerd, professionele aanpak, en een trouwe aanhang. Toen enkele jaren geleden Antwerpen Blogt het licht zag bleek het al gauw een doodgeboren kind. Gentenaren zijn wellicht eerder geneigd constructief samen te werken en kunnen hun eigen ego en mening relativeren. Dat geldt niet voor Antwerpenaren. Individualisme versus groeps- (of kudde?)geest. En dus werd Antwerpen Blogt dé flop van de stadsblogs.
Wat Gentenaren ook siert is hun taal. Er bestaat immers geen charmanter dialect in Vlaanderen dan het Geintsch. Zelfs het lelijkste meisje ziet er een pak aantrekkelijker uit als ze kan uitpakken met een Gentse tongval. Vreemd als je er zo over nadenkt dat Jane Birkin nooit in het Gents heeft gezongen… Nee, Gents is écht mooi. Daar staat tegenover dat in Antwerpen -na West-Vlaanderen- zowat het lelijkste dialect van Vlaanderen gesproken wordt. (Tenzij het gezongen wordt door Wannes Van de Velde.) Echt Antwaarps klinkt eigenlijk een beetje zoals Duvel smaakt: dominant, scherp, en bitter. Gents klink eerder zoals een blonde Leffe proeft: gereserveerd, zachtaardig, en charmant. Of zoiets… Schol!






Tja, ‘t eerste geval van verkeersagressie heb ik gesignaleerd in 1986 op de Kortrijksepoortstraat in Gent toen een vriend van mij daar reed met naast zich een fiets aan de hand. Aan het kruispunt gekomen, kreeg hij er van langs van de automobilist die hem al die tijd stapvoets gevolgd was. Zijn 2 kaakbenen waren gebroken en hij heeft aan maand lang al zijn voedsel moeten mixen en met een strootje moeten innemen.
En om daa’t toch zuu schuune es :
‘t Vliegerke
van Walter de Buck
Ik ben nie al te zot van ‘t spel
Maar ‘k vange gere musschen
Marblen en toppen kan ik wel
Maar daarin ben ik nie fel
‘k Zie tegenwoordig overal
En ook al in mijn straatje
Jongens schuppen op nen bal
Maar ‘k spele ‘t liefst van al
Mee mijne vlieger
En zijne steert
Hij goot omhoge
‘t Es ‘t ziene weert
‘k Geve maar klauwe
Op mijn gemak
‘k Heb nog drei bollekens
In mijne zak
Mietje van de koolmarchant
Een meiske uit mijn straatje
Keurde mijne cervolant
En z’ had er ‘t handje van
Want zo rap alsof de wind
Was z’ aan ‘t spele mee mijn klauwe
En ze riep ‘t es ‘t spele weert
Want hij hee ne goeie steert
Ja, mijne vlieger
En zijne steert
Hij goot omhoge
‘t Es ‘t ziene weert
‘k Geve maar klauwe
Op mijn gemak
‘k Heb nog twee bollekens
In mijne zak
‘t Seef liet zijne vlieger op
Van ‘t soepe, ‘t soepe, ‘t soepe
Maar hij stuikt op zijne kop
En muile dat hij trok
Zijn spankoorde was veel te kort
En met zijn ‘t sietse klauwe
En daarbij was zijne steert
Geen chique toebak weert
Maar mijne vlieger
Me zijne steert
Hij goot omhoge
‘t Es ‘t ziene weert
‘k Geve maar klauwe
Op mijn gemak
‘k Heb nog een bolleke
In mijne zak
Laatst op het Sint-Denijsplein
Mijne vlieger was aan ‘t zweve
d’ Er kwam een wijf, een groot venijn
En ze zei ‘dat mag niet zijn’
Hij hangt te veel in mijne weg
Ze begost er an te sleure
En op een twee drei pardaf
De koorde schoot er af
Hij was goon vliegen
Al mee de wind
‘k Stonde te schrieme
‘k Was maar een kind
Mijne bol klauwe
Die ging ne gang
Dat zal ‘k omtauwe
Mijn leven lank
Schuune foto’s vooral de Lievekaai ook één van mijn favoriete plekjes…
Walter De Buck is natuurlijk ook een stukje (Gents) patrimonium… Mooi!
De Lievekaai is ook mooi, behalve wanneer er een paar zatte luidruchtige Aldi-bierfiguren met honden rondslenteren, wat vandaag het geval was.