Ik kom noodgedwongen even terug op de Gentse hoffelijkheid waarvan sprake in het stukje ‘Gentenaren’. Nuances zijn soms het mislukte dessert waardoor het hoofdgerecht ineens een pak bitterder smaakte. Vandaag werd ik in het verkeer immers uitgescholden voor ‘onnozele zot’ door een nepcoureur.
Eerst even het referentiekader van de agressor schetsen. Het verschijnsel gelegenheids- of vrije tijdscoureur tiert bij het priemen van de zon en het uitzenden van de eerste koers op tv weer zo welig als een zwerm vliegen op een stront. De vergelijking is niet toevallig gekozen, dat begrijpt u wel. Het gaat dan meestal om prestatiehaantjes die zich na een dag op kantoor in een carnavalesk koerspakje hijsen, en er als een gek vandoor trappen in de waan dat ze –al is het maar voor heel even- Stijn Devolder of Tom Boonen zijn. In werkelijkheid zouden ze zelfs in de eerste de beste kermiskoers een belabberd figuur slaan, maar toch meent de lycrarijder dat alles en iedereen moet wijken voor zijn aanstromend fietstalent. Zo ééntje kruiste vandaag mijn pad, en dat kruisen werd bijna botsen. In het centrum van de stad, vlakbij de Dampoortstraat, een bocht afsnijden aan minstens 40 km/u en dan een argeloze nieuwe Gentenaar tegenkomen die blijkbaar een éénrichtingsstraat is ingereden op zijn fiets: het zal je maar overkomen. Dan ga je dus schelden, want een bel heb je niet op je fiets van 1.000 euro.
Kijk, waar veel verkeer is gebeuren fouten. Want het zijn mensen die het verkeer sturen. Daar moet je op bedacht zijn, en op anticiperen. En als het dan toch fout loopt kost een minimum aan beleefdheid geen geld. Zeker geen 1.000 euro. Ook niet in Gent.

In al die jaren Antwerpen heb ik heel wat levende beesten gespot, maar nooit een krab. Jammer van de beeldkwaliteit -de foto is met de GSM getrokken- maar als je goed kijkt zie je haar contouren. Ze was daar overigens niet alleen, in totaal ging het om een vijftal krabben. Ook een bezoekje brengen? Slechts één adres: de oevers van de Gentse Muide.




