Met pijn in het hart de Gentse feesten verrruild voor de Nederlandse kleinburgerlijkheid. Ik begon net in volle vorm te geraken. Ook letterlijk. Ik heb er vier dagen van genoten. Met als hoogtepunten het optreden van Jamie Cullum op Gent Jazz, plaatjes draaien in de Pink, het slipje van de dochter van Eddy Wally, en gewoon lekker relax `ouwehoeren`-shit, ik begin nu ook hun jargon te adopteren- met sympathieke mensen. De echte stroppendrager trekt naar het schijnt zijn neus op voor de feesten, maar dat ben ik dan ook niet echt. Geboren, maar in geen geval getogen in Gent. Bovendien kan ik er me wel wat bij voorstellen als je een paar edities achter de slokdarm hebt zitten. En werken in het epicentrum van die feesten lijkt me ook geen pretje.
Nu dus in Nederland. We trokken naar een waddeneiland dat ik steevast apenland noem. Mooi, dat zeker. En de aboriginals van Ameland bleken ook de kwaadste nog niet. De toeristische meute uit de streek bleek dan weer uit ander hout gesneden. Ik zou hier een paar uit het leven gegrepen voorbeelden kunnen geven, maar zo`n qwerty-klavier typt niet echt vlotjes. Laat me gewoon de woorden ‘onbeschoft’, ‘kneuterig”, en ‘burgerlijk” poneren en meer heeft een goed verstaander niet nodig. Bovendien ligt alles er zodanig netjes bij dat ik de bijna onweerstaanbare drang voelde om een vette drol te draaien in zo`n gemillimeterd voortuintje. Ik heb me gedragen.
Over drie dagen zijn we weer in Gent, en is de stad dood. Maar ik ben meer dan ooit blij dat ik in zo`n fijne stad woon, met fijne mensen. Die scheve voetpaden neem ik er graag bij.








