Monthly Archive for juli, 2009

Gentse feesten – vakantiepret

Met pijn in het hart de Gentse feesten verrruild voor de Nederlandse kleinburgerlijkheid. Ik begon net in volle vorm te geraken. Ook letterlijk. Ik heb er vier dagen van genoten. Met als hoogtepunten het optreden van Jamie Cullum op Gent Jazz, plaatjes draaien in de Pink, het slipje van de dochter van Eddy Wally, en gewoon lekker relax `ouwehoeren`-shit, ik begin nu ook hun jargon te adopteren- met sympathieke mensen. De echte stroppendrager trekt naar het schijnt zijn neus op voor de feesten, maar dat ben ik dan ook niet echt. Geboren, maar in geen geval getogen in Gent. Bovendien kan ik er me wel wat bij voorstellen als je een paar edities achter de slokdarm hebt zitten. En werken in het epicentrum van die feesten lijkt me ook geen pretje.

Nu dus in Nederland. We trokken naar een waddeneiland dat ik steevast apenland noem. Mooi, dat zeker. En de aboriginals van Ameland bleken ook de kwaadste nog niet. De toeristische meute uit de streek bleek dan weer uit ander hout gesneden. Ik zou hier een paar uit het leven gegrepen voorbeelden kunnen geven, maar zo`n qwerty-klavier typt niet echt vlotjes. Laat me gewoon de woorden ‘onbeschoft’, ‘kneuterig”, en ‘burgerlijk” poneren en meer heeft een goed verstaander niet nodig. Bovendien ligt alles er zodanig netjes bij dat ik de bijna onweerstaanbare drang voelde om een vette drol te draaien in zo`n gemillimeterd voortuintje. Ik heb me gedragen.

Over drie dagen zijn we weer in Gent, en is de stad dood. Maar ik ben meer dan ooit blij dat ik in zo`n fijne stad woon, met fijne mensen. Die scheve voetpaden neem ik er graag bij.

Hollanders

‘Nodig eens een éénzame uit met kerst’ heet in Gent ‘nodig eens een Hollander uit tijdens de Gentse Feesten’. Met veertien naar een Amerikaans steakhouse. Hell yeah! Kan het nog meer cliché? Nederlanders zijn dan ook de Yankies van Europa. Niet echt een aanrader trouwens dat steakhouse op de Vrijdagmarkt, maar dat geheel terzijde.

Ik was eigenlijk vergeten hoe verschillend Nederlanders zijn. Diegenen die boven de Moerdijk blijven wonen wel te verstaan. Een beetje druk. En commercieel… ‘En? Heb je al een netwerk?’ Tot drie keer toe op één avond. Toe maar. Voor een Nederlander ben je dan ook vooral wat je doet. Veel meer nog dan in Vlaanderen. Of het moest zijn dat Nederlanders gewoon minder rond de pot draaien en minder hypocriet zijn. Of misschien zijn ze wel veeleer geïnteresseerd i.p.v. onverschillig. Dat kan ook allemaal.

Ook opvallend is dat die kezen ‘België’ –want van de communautaire tegenstellingen hebben ze geen kaas gegeten- allemaal geweldig vinden. Zo lekker Bourgondisch. En gewoon lekker. Ja, lekker! In hun euforie van het moment slaat het anders zo typerende Oranjegevoel ook al gauw om in afvalligheid. Nederland blijkt plots een –excusez le mot- kutland. Ach, het gras is soms wat groener onder de Moerdijk.

Bourgoyen

Paardenmiddel tegen een Gentse kater: even gaan uitwaaien in de Bourgoyen.

Bourgoyen

Bochel

Er schoot iets in mijn rug vanmorgen, en het was niet de Albanese maffia. Pijnlijk. Ik vermoed een afrekening binnen het alcoholmilieu. Als u iemand met een bochel in de rug ziet rondwaren door de Gentse straten die daar ogenschijnlijk te jong voor is, dan mag u altijd eens vriendelijk knikken. Maar dan wel vanuit kikvorsperspectief, anders wordt het een beetje moeilijk. Gelukkig beginnen de feesten bijna. Tussen al die zatlappen valt een ouwe jongere met bochel in de rug nauwelijks op. Wedden?

‘Ge moet rechtlopen, anders verkrampen die spieren nog meer’, kreeg ik als goede raad mee. Even uitproberen, denk ik dan. Maar da’s makkelijker gezegd dan gedaan. Door de pijn loop ik er eerder bij als een kip die elk moment een ei kan leggen. Geen zicht. Dan liever een bochel. Misschien moet ik maar eens op zoek naar een goeie wandelstok. Dan is het plaatje compleet.

Die feesten scheppen nog een ander voordeel. En ik citeer daarbij een oud spreekwoord.

Als een gebochelde ’s morgens iemand met een grotere bochel ontmoet, dan is heel zijn dag goed.

Kortom, leedvermaak verzacht de pijn. En als er ergens één met een bochel rondloopt, dan toch wel op de feesten zeker?

Termont/Janssens

Termont JanssensHet dubbelinterview Termont/Janssens in de Humo van deze week, da’s natuurlijk spek naar de bek van dit interstedelijk weblog.

Daniël heeft het nadeel dat hij burgemeester is van een stad waar je nog bijna alles kàn bijwonen. In Antwerpen moét je kiezen.

Vrijgezellengroep

In wat ik ondertussen ook ‘mijn’ stamcafé mag noemen zijn vrijgezellengroepen niet welkom. Ze worden vriendelijk doch kordaat de deur gewezen. De huispolitiek. Al jaren. Gisteren was het weer van dattum, maar meer nog dan hun voorkomen sprak vooral hun reactie tot de verbeelding.

‘Jamaar, wij komen wel helemaal van Antwerpen naar hier!’

Wat zeggen ze nu weer over olie en vuur?

Geen zomer zonder maa

Dan geraak je in een half jaar tijd amper één keer in de koekenstad, en dan beslist het lot dat je drie keer in vijf dagen naar A mag sporen. Een beetje veel van het goede. Te veel zelfs. Alles met mate, zei mijn grootvader zaliger ooit. Geveld door een overdosis pruimtabak.

Antwerpen is waar mijn Stella* staat. Daar voel ik me thuis. Een verse Stella bruist, Antwerpen doet dat ook. Zomer van Antwerpen, 11-julifeest, Antwerp Ironman, het Bollekesfeest… Straks ga ik ook de Sinksenfoor nog missen. ‘Allez, rrrroulez!’ Nee, geen zomer zonder maa. Gent zonder studenten lijkt een dooie boel. Vind maar eens een frituur op zondagavond die ook nog eens een aanvaardbaar niveau haalt. Niet dus. Ok, naar het schijnt organiseren die stroppendragers hier binnenkort een 10-daags stadsfestivalletje, maar daar komt ongetwijfeld ook geen kat naar kijken… Hoogstens een paar Gentse geesten. Toch?

Deze post werd niet gesponsord door Stella.

Tram geparkeerd…

Deze tram stond in panne op de Coupure. De ironie van het lot, zeg maar…

Tram in panne