Monthly Archive for september, 2010

Ik zweer

… de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.

Serieus, dat is toch niet meer van deze tijd. En o wee als je de nuance vergeet. Ik mocht immers de spits afbijten, en dat voelt net iets minder comfortabel.

Stadssecretaris: Je bent iets vergeten.

Ik: Mijn naam?

Schepen: Nee, trouw.

Ik: Wat trouw?

Schepen: Trouw.

Ik *spiekend naar een papier*: Ah, trouw! Ok, opnieuw dan maar.

Weer geen al te beste beurt gemaakt. Ik zie die mens zich afvragen waar ze die rare hebben uitgetrokken. Uit Antwerpen dus. Laat dat duidelijk zijn.

Nog even een obligaat beleefdheidspintje en geforceerd gesprek, en dan de hort op. De Pink Flamingo’s ligt immers maar op een steenworp van ‘t stadhuis. En het decor is er al even uniek. Dat kan ook gezegd worden van de gesprekken. Want hier gaat het niet over stadsprojecten, maar over -hou u vast- beflappen.  Moet kunnen.

Karper geweest

Toen het nog zomerde in Gent fietste ik wel eens naar de Blaarmeersen. Waar ik mijn vaste stek had. Niet om te vissen, maar om wat te lezen en/of tot rust te komen. Maar waar komt die penetrante lijkgeur vandaan?

Ok, even inzoomen. Je kan dat vies vinden, maar ik vind dat fascinerend. Hoe de natuur zichzelf reguleert en haar afval verwerkt. Tot er uiteindelijk niks meer rest. Machtig.

Normaal gezien is het de karper die de maden eet. Hier zijn de rollen omgekeerd.

Even geen zin om een titel te bedenken

Geloof het of niet, maar deze Antwerpenaar werkt tegenwoordig voor de stad Gent. Meer zelfs: voor een toegangspoort tot de stad zelf. Het moet natuurlijk wel een beetje cryptisch blijven, want dit is nog altijd het internet. Daar waar je twee keer nadenkt voor je te veel prijsgeeft. Of het moest zijn dat je over een laag zelfbeeld en narcistische persoonlijkheid beschikt.

Bon, een museum dus. Méér integratie is nauwelijks denkbaar. Toch? Je kan je natuurlijk ook afvragen hoeveel Antwerpenaar er nog rest na twee jaar in die fiere stede. Op mijn paspoort staat immers twee keer ‘Gent’.

En toch…

Eens in ‘t stad, lijkt het alsof ik nooit ben weggeweest. Alsof er nooit sprake is geweest van een Lange Wapper.

Als zo’n fanatieke strop ook maar één slecht woord over A zegt, breng ik alvast het afweergeschut in gereedheid.

Overigens begint de bron van dit interstedelijk weblog stilaan uit te drogen. Misschien wordt het tijd om het over een andere boeg te gooien. Iets over koken met roadkill of zo?