… de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.
Serieus, dat is toch niet meer van deze tijd. En o wee als je de nuance vergeet. Ik mocht immers de spits afbijten, en dat voelt net iets minder comfortabel.
Stadssecretaris: Je bent iets vergeten.
Ik: Mijn naam?
Schepen: Nee, trouw.
Ik: Wat trouw?
Schepen: Trouw.
Ik *spiekend naar een papier*: Ah, trouw! Ok, opnieuw dan maar.
Weer geen al te beste beurt gemaakt. Ik zie die mens zich afvragen waar ze die rare hebben uitgetrokken. Uit Antwerpen dus. Laat dat duidelijk zijn.
Nog even een obligaat beleefdheidspintje en geforceerd gesprek, en dan de hort op. De Pink Flamingo’s ligt immers maar op een steenworp van ‘t stadhuis. En het decor is er al even uniek. Dat kan ook gezegd worden van de gesprekken. Want hier gaat het niet over stadsprojecten, maar over -hou u vast- beflappen. Moet kunnen.







