Nog vier maanden en het zit erop. Mijn contract bij de unief.
Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor die zeven collega’s. Aan alle mooie liedjes komt een eind. (Aan de lelijke ook trouwens.) Als projectmedewerker zonder project rest alleen het zwarte gat. Voor even toch. Hoe gaan mensen daarmee om? Dat varieert. Sommigen zwoegen voort alsof ze zich in een tijdloze capsule bevinden. Bij anderen slaat de stress ongenadig toe.
Solliciteren dus. Dat begint dan bij het afschuimen van de interne vacactures. En dan valt het hoge woord: ‘statutair’. De natte droom van elke verstokte ambtenaar. Waarom statutair? ‘Voor de zekerheid!‘, klinkt het enthousiast uit de mond van een vrouwelijke collega. Het gebeurt niet vaak dat een ambtenaar enthousiast klinkt. Het gebeurt überhaupt niet vaak dat N. klinkt. Pas op, een echt werkpaard! Dat wel. Zeker naar ambtenarennormen. Maar vraag vooral niet buiten de doos te denken.
Het moet zowat de tweede keer zijn dat N. iets zegt deze week. En het is alweer vrijdag. De repliek van een ancien klinkt gevat: ‘Ja maar, onzekerheid is toch de crème fraîche van het leven?’ Zo, die zit. Ik filosofeer nog even dat de enige zekerheid van het leven de eindigheid van dat leven is. De dood, la mort, el muerte… Gelukkig kan ik me nog net op tijd inhouden. Het is per slot van rekening bijna weekend. Bovendien zou ook dat weinig indruk maken. De rekken moeten gevuld, de keuken afbetaald, en het pensioen bijeengespaard. Voorspelbaarheid is immers de boterham van het leven. Je moet ’m verdienen.






