En ik zal u zeggen waarom.
- Ze jatten elke fiets. Zelfs al priemt je arendsblik hen in de rug, dan nog durven ze onbeschaamd je fiets opeisen. Als je hen als een strenge schoolmeester annex brutale legerofficier waarschuwt, beginnen ze zo’n beetje puberaal te lachen. De eerstvolgende die nog maar aanstalten maakt om mijn fiets te jatten, vat ik bij de kraag en smak ik in ware Naturel Born Killers-stijl tegen het asfalt. Tot bloedens toe. Want trop is teveel.
- Ze jatten elke rugzak of handtas mee. Ook al bevat die niets meer dan een boek, een lege thermos, een verouderde MP3-speler, en wat papieren van op het werk. Je verwacht je spullen de volgende dag terug te zien, want wie steelt nu zoiets? Antwoord: studenten.
- Ze jatten alles wat los staat. Zelfs al gaat het om een verkeersbord voor mindervaliden. Geen respect, geen moraal.
De drogredenen waarmee stelende studenten hun gedrag proberen te vergoelijken zijn werkelijk om van te kotsen. Drogredenen genre ‘Ik steel alleen oude wrakken die al eens gestolen zijn’ of ’Ik leen alleen maar fietsen.’
Vanuit studentikoos oogpunt is dingen jatten blijkbaar de normaalste zaak van de wereld, om niet te zeggen de norm. Een veralgemening natuurlijk, want het gaat hopelijk maar om een minderheid. En ze zijn bovendien ook zélf slachtoffer. Initiatieven die tegen de stroom in varen verdienen dan ook alle lof.
Maar studenten een meerwaarde voor de stad? Ik dacht het niet. Echt niet.






