Omdat Gentenaren toch niet echt tuk zijn op Antwerpenaren heb ik de eerste weken in Gent de neiging mijn accent enigszins te camoufleren. En dus bestel ik 150 gram kip curry, twee lamskoteletten en een gepelde biefstuk in mijn beste AN. ‘Ha, u bent niet van hier hee?’ Waarop ik de welbespraakte slager aan de Gasmeterlaan enigszins betrapt aankijk met schaapachtige blik: ‘Nee, ik ben niet van hier. Klopt.’ Waarop hij dan weer verrassend: ‘Limburg zeker?’. Slik. Niet dat de waarheid de sfeer bederft. Ik krijg als Antwerpenaar annex nieuwe Gentenaar de rijke geschiedenis en het ambachtelijk karakter van ’s mans beenhouwerij voor de kiezen.
Zelfde verhaal min of meer bij een Jimmy B-lookalike in de Noordstraat: de besnorde kapper Patrick. ‘Niet van hier hee?’. Zucht. Omdat ik toch liever Antwerpenaar dan Limburger ben heb ik immers besloten wat meer mezelf te zijn. Het blijkt een goede zet, want Patrick heeft een vrouw –mét wolwinkel!- die ook uit Antwerpen afkomstig is. Uit het pittoreske Deurne of all places zelfs. Patrick blijkt vooral een aversie tegenover allochtone Gentenaren met een kleurtje te koesteren na jaren trouwe dienst: ‘k laote kik nie mee mein kluute rammele!’.
In het frietkot (aan de Waldamkaai) word ik meteen met de etiquette des huizes geconfronteerd. Zeg in Gent nooit ‘curryworst’ tegen een frikandel! De liederlijke uitbater staat in het dampende frietvet vol overtuiging en hevig gesticulerend te verkondingen dat Gent geen culinaire cultuur heeft. Ik ben al lang tevreden als mijn frikandel naar een curryworst smaakt.





