Archive for the 'Persoonlijk' Category

2011 … 2012

Ik wil niet zeuren, maar 2011 was hoe dan ook een beetje een kutjaar. Zo, dat lucht op.

Zat de crisis er voor iets tussen? Fukushima? Of de dood van Amy Winehouse? Nope. Te ver van mijn bed. Navelstaren vergt weinig moed, maar is des mensen. En het toegeven is tenminste puur en eerlijk. Misschien red ik ooit nog de wereld. Of de Brugse Poort. Wie zal het zeggen? Ach, wat telt -en pas op, nu knallen de clichés in plaats van vuurpijlen- zijn de mensen die dicht bij je staan. Pater Damiaan, ja zelfs Luc Versteylen, had het ook al begrepen en krijgt meer dan ooit gelijk.

2011 begon nogal slecht met de brutale dood van een goede vriend. Een mokerslag was het, in alle betekenissen van het woord. 2011 eindigde ook niet zo best. December bleek immers de kers op de taart; vader zit met de grote ‘k’. Ongeloof slaat al snel over in hoop.  Hoop dat het allemaal goed komt. Kerstavond kreeg alvast een heel nieuwe dimensie, alsof de melancholie nog niet genoeg present gaf. Ik weet het; iedereen verliest vroeg of laat zijn ouders. Maar ik nog niet, pa. Over mijn lijk.

Het besef van je eigen sterfelijkheid nodigt ook niet meteen uit tot een viriele vreugdedans. Tenminste, als je het gevoel hebt dat je er tot dusver niet echt veel van gebakken hebt en de crème au beurre maar blijft schiften. Ik heb me ooit voorgenomen om geen voornemens meer te maken. Fuck it. In 2012 wil ik weer méér doen wat ik graag doe en goed doe. Zo, da’s drie keer ‘doe’ in één zin. Dat belooft een waanzinnig productief jaar te worden. Of niet. En oh ja, natuurlijk wil ik ook weer stoppen met roken en overmatig bierverbruik. Zoals elk jaar. Dat spreekt voor zich.

Gelukkig 2012 trouwens.

Bloggen en/of microbloggen

Niets … zelfs geen lethargische letter. Helemaal niets. Niet op deze plek, niet op facebook, laat staan op Twitter. Het schrijversblok hangt als een molensteen om mijn nek. Al een paar maanden.

Lezen ja, dat dan nog net. Maar wat moet een mens met die diarree aan onwrikbare meningen en maakbare keukens? Ik kijk ernaar en denk in het beste geval: ‘het zal allemaal wel’. Over het slechtste geval wil ik het niet eens hebben.

Als blogger valt het ook niet mee om consequent te blijven. Je solliciteert als het ware naar een egotrip. Tenminste, in de ogen van de nuchtere waarnemer. Want zeg nu zelf: wie gooit er nu zijn halve leven op het internet? Of zelfs maar een fractie? Juist: het soort mensen dat zichzelf interessant genoeg waant. Misschien kan je ook maar beter vrede nemen met veronderstellingen. Of stoppen.

Terug naar de basis dan maar. Waarom bloggen?

  • Omdat bloggen doet schrijven, en dat schept voldoening.
  • Omdat schrijven ook een vak is, en oefening nog altijd de beste kunst baart.
  • Omdat een blog een creatieve speeltuin is als je graag knutselt met WordPress, CSS, PHP, …

Voila, probleem opgelost! Weg schrijversblok.

Continue reading ‘Bloggen en/of microbloggen’

Willem

De dood van een goede vriend verwerken; hoe doe je dat eigenlijk? Die vraag was nog nooit in me opgekomen. Tot twee weken geleden.

Willem bleek afgelopen jaar één van de weinige zielen die de moeite namen om op dit weblog te reageren. Niet altijd ter zake, maar dat maakte niet uit. Zijn reacties blijven. Als stille getuigen van een vriendschap die abrupt verbroken werd.

We waren mekaar al een jaar of drie en zo’n driehonderd kilometer uit het oog verloren. Uit het oog, maar niet uit het hart. Hij in Londen, en ik in Gent. Maar dat zou slechts tijdelijk zijn. Of om het met zijn eigen woorden op dit weblog te zeggen: “ooit komen we samen…. dream on”.

Het heeft niet mogen zijn. Een laffe, brutale straatoverval besliste daar anders over.  Voor sommigen is een mensenleven niet veel méér waard dan wat cash geld.  Hopelijk levert het onderzoek resultaat op, en geschiedt gerechtigheid. Een beetje dan toch. Want 37 blijft gewoon veel te jong. Laat dat duidelijk zijn.

Bedankt Willem. Voor alles.

YouTube voorvertoningsafbeelding

2011

En elk jaar laten we ons weer vangen. Door de illusie dat het allemaal beter wordt.

Anders. Dat dan weer wel.

Uw Antwerpenaar in Gent begon het nieuwe jaar alvast veelbelovend; met een hardnekkige griep. Zo. Hebben we dat toch al gehad.

Afgelopen weekend bleek mijn laatste werkweekend op de Bijlokesite. Ik sta niet langer op de loonlijst van de stad, en pleegde dus een beetje stamverraad. Tenminste, dat gevoel kreeg ik weinig subtiel ingelepeld door mijn diensthoofd. Eindigen in schoonheid zat er niet helemaal in.  Jammer, want het was een leerrijke ervaring.  Ik heb fijne mensen leren kennen. Collega’s uit de duizend. Ik ga ze missen. Maar soms krijg je kansen, en moet je keuzes maken.

Zoals die kerel in Tucson. Trieste zaak. Maar echt verbaasd ben ik niet. Grimmig stadje, weinig gezellig ook. En al die paranoïde rednecks die liever niet hebben dat je hun straat fotografeert geven geen comfortabel gevoel. Hetzelfde geldt voor de alomtegenwoordige wapenverbodstekens in restaurants en hotels. Want waar rook is, is vuur. Zo blijkt maar weer.

2010 was een jaar vol reizen; Florida, New York, Kroatië, en Arizona. Dit jaar wordt er één van rust en regelmaat. Ik ben moe.  Maar tevreden. Nu al.

Ik zweer

… de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.

Serieus, dat is toch niet meer van deze tijd. En o wee als je de nuance vergeet. Ik mocht immers de spits afbijten, en dat voelt net iets minder comfortabel.

Stadssecretaris: Je bent iets vergeten.

Ik: Mijn naam?

Schepen: Nee, trouw.

Ik: Wat trouw?

Schepen: Trouw.

Ik *spiekend naar een papier*: Ah, trouw! Ok, opnieuw dan maar.

Weer geen al te beste beurt gemaakt. Ik zie die mens zich afvragen waar ze die rare hebben uitgetrokken. Uit Antwerpen dus. Laat dat duidelijk zijn.

Nog even een obligaat beleefdheidspintje en geforceerd gesprek, en dan de hort op. De Pink Flamingo’s ligt immers maar op een steenworp van ‘t stadhuis. En het decor is er al even uniek. Dat kan ook gezegd worden van de gesprekken. Want hier gaat het niet over stadsprojecten, maar over -hou u vast- beflappen.  Moet kunnen.

Even geen zin om een titel te bedenken

Geloof het of niet, maar deze Antwerpenaar werkt tegenwoordig voor de stad Gent. Meer zelfs: voor een toegangspoort tot de stad zelf. Het moet natuurlijk wel een beetje cryptisch blijven, want dit is nog altijd het internet. Daar waar je twee keer nadenkt voor je te veel prijsgeeft. Of het moest zijn dat je over een laag zelfbeeld en narcistische persoonlijkheid beschikt.

Bon, een museum dus. Méér integratie is nauwelijks denkbaar. Toch? Je kan je natuurlijk ook afvragen hoeveel Antwerpenaar er nog rest na twee jaar in die fiere stede. Op mijn paspoort staat immers twee keer ‘Gent’.

En toch…

Eens in ‘t stad, lijkt het alsof ik nooit ben weggeweest. Alsof er nooit sprake is geweest van een Lange Wapper.

Als zo’n fanatieke strop ook maar één slecht woord over A zegt, breng ik alvast het afweergeschut in gereedheid.

Overigens begint de bron van dit interstedelijk weblog stilaan uit te drogen. Misschien wordt het tijd om het over een andere boeg te gooien. Iets over koken met roadkill of zo?

Zomer in Gent (en ver daarbuiten)

Het zomerreces heeft een aanvang genomen, en dus verschijnt hier even wat minder tekst. Inspiratie zat, maar het woord blijkt sterker dan de daad. Terwijl de daad toch eigenlijk ook gewoon het woord is. Enfin, dat wordt ingewikkeld… Om maar te zeggen dat de toog van de Pink Flamingo’s een goeie inspiratiebron is. Mocht hij een vrouw zijn, dan was hij een muze.

Niet dat deze devote dopper -tegen wil en dank, maar wie gelooft dat nog?- zijn dagen vult met het sponsoren van de lokale horeca. Maar toch. Je moet iets natuurlijk.

Oh ja, dat groot scherm op Sint-Baafs is echt de max! Heerlijke ambiance, en je raakt er steevast aan de praat met een fanatieke voetbalzot. Afgelopen vrijdag probeerde er zelfs één mijn lief te versieren. Waar ik bijstond. Toen hij dat doorkreeg, klonk het dat hij ‘voor de ambiance’ komt. Ik antwoordde dat ik voor het voetbal kom. Hij maakte nog een flauwe woordspeling waar ik even moest over nadenken: iets met Kuyt en kaviaar. Soit. Morgen is het weer van dattum: Oranje tegen de Uruguayanen. Altijd weer lachen. En zweten.

Nog een paar weken en ‘t zijn Gentse Feesten. Ook dit jaar maar voor heel even, wat mij betreft.  Op de vijfde dag vliegen we naar Kroatië. Een weekje gaan cruisen met een huurauto. Al klinkt cruisen misschien wel een beetje gay, nu ik er zo over nadenk. Enfin, naar ‘t schijnt hebben ze daar goeie wijnen.

Karper in de Blaarmeersen

‘Ola, kijk wat een beesten joh!’ Dixit een argeloze student die zich de pleuris schrikt op de steiger van de Blaarmeersen. Ik kijk een beetje meewarig als ik zie hoe snel zijn voeten weer op het droge belanden. Er is nochtans geen reden tot paniek. Karpers bijten niet.

Ik zal als ex-karpervisser (en zodoende een heel klein beetje expert) even herhalen wat ik eerder ook al tegen een Gentenaar op jaren had verteld. Het schouwspel dat zich dezer dagen in de plas van de Blaarmeersen afspeelt is niets minder dan paringsgedrag. Best indrukwekkend: zo’n twintig karpers die rondjes zwemmen en passioneel tegen mekaar aanschurken. Maar zeker niks om bang van te zijn. Karpers zijn geen piranha’s. Het zijn erg schuwe en slimme vissen die menselijk contact mijden, en geen verwondingen kunnen veroorzaken. Ze hebben noch tanden noch scherpe vinnen.

Afgelopen donderdag kwam de schoolmeester in mijzelve plots los. Ik kon het niet laten een aantal misverstanden de wereld uit te helpen, en de toeschouwers aldaar iets bij te brengen over deze fascinerende vis.

Belangrijk om weten:

  • Een karper is  geen Koi. Omgekeerd geldt wel dat een Koi een karper is: een kweekvariant.
  • Aan de schubben kan je de karper benoemen: schubkarper, spiegelkarper, lederkarper…
  • Karpers kunnen tot 3O jaar oud worden. In de vrije natuur zelfs tot 4O jaar.
  • Karper komt oorspronkelijk uit China, en staat daar ook op de menukaart. (Of in Chinatown, waar ook ter wereld.) Karper uit een zoetwaterplas zoals de Blaarmeersen is eigenlijk niet te vreten, wegens een grondsmaak en te veel graten.
YouTube voorvertoningsafbeelding

Mooie Hollandse schubkarper. Het lief moet natuurlijk mee voor de foto’s of ander beeldmateriaal, en mag verder niks zeggen. Dat zou de karpers immers afschrikken…

Vervolg

Bon, we zijn een paar weken offline geweest omwille van een administratief probleempje. Een detail, meer niet. Om een lang verhaal kort te maken; het domein apeningent.be zit nu bij een Gents bedrijf. Beter een dichte buur, zeg maar.

Ondertussen zomert het in de Groene Vallei, en -wie weet- ook wel in Central Park. Uw Antwerpenaar in Gent had het de voorbije weken overigens te druk voor enig geschrijf, en maakte van de gelegenheid gebruik om zich te verdiepen in de wondere wereld van de verkeerskunde. Het bleek geen gezonde keuze. Als u één dezer op straat wordt uitgescholden voor dom kalf: aangenaam! In dat geval heeft u gezondigd tegen één van de 87 artikelen van de verkeersreglementering.  Is dat met voorbedachte rade, dan bent u waarschijnlijk gewoon een Turk.

Bochel

Er schoot iets in mijn rug vanmorgen, en het was niet de Albanese maffia. Pijnlijk. Ik vermoed een afrekening binnen het alcoholmilieu. Als u iemand met een bochel in de rug ziet rondwaren door de Gentse straten die daar ogenschijnlijk te jong voor is, dan mag u altijd eens vriendelijk knikken. Maar dan wel vanuit kikvorsperspectief, anders wordt het een beetje moeilijk. Gelukkig beginnen de feesten bijna. Tussen al die zatlappen valt een ouwe jongere met bochel in de rug nauwelijks op. Wedden?

‘Ge moet rechtlopen, anders verkrampen die spieren nog meer’, kreeg ik als goede raad mee. Even uitproberen, denk ik dan. Maar da’s makkelijker gezegd dan gedaan. Door de pijn loop ik er eerder bij als een kip die elk moment een ei kan leggen. Geen zicht. Dan liever een bochel. Misschien moet ik maar eens op zoek naar een goeie wandelstok. Dan is het plaatje compleet.

Die feesten scheppen nog een ander voordeel. En ik citeer daarbij een oud spreekwoord.

Als een gebochelde ’s morgens iemand met een grotere bochel ontmoet, dan is heel zijn dag goed.

Kortom, leedvermaak verzacht de pijn. En als er ergens één met een bochel rondloopt, dan toch wel op de feesten zeker?