Volgende week keert de Gentse Antwerpenaar nog eens terug naar zijn heimat: ‘t stad, A, of gewoon Antwerpen voor minder ingeweiden. Raar hoe een stad zich gaandeweg een weg in je ziel baant. Als een dief in de nacht, een Whiskey in een Tom Waits, of een ster in een Kimberley. . . Ik kijk er nu al naar uit. Reikhalzend zelfs, al is dat bepaald geen goed idee met die Gentse voetpaden. (Voor je ‘t weet lig je op de spoedafdeling.) Gent is een fijne stad, maar na een half jaar nog niet echt ‘mijn stad’. Maar nu is het tijd om naar bed te gaan, en te verdrinken in een bad van weemoed en valse nostalgie. In Gent.
Archive for the 'Persoonlijk' Category
Page 2 of 2
Een weinig productieve week hier op apeningent, om het eufemistisch uit te drukken. Af en toe zijn er prioriteiten, zoals een professionele toekomst of gewoon ouderwets vertier bijvoorbeeld. Met dat laatste doelen we dan vooral op horeca-ondersteunende activiteiten. De Antwerpenaar in Gent is immers nog eens gezellig gaan tafelen in ‘t Gebed zonder Eind, waar gezelligheid ook geen eind kent. Het moet gezegd: zoiets vind je niet in ‘t stad. Opmerkelijk feit: Yves Desmet zat twee tafels verder te dineren. Waarop onze wederhelft: ‘Tiens, ik ken die mens van ‘t café geloof ik’. Ik dacht het niet. Alhoewel, een maand geleden had ik toevallig ook hetzelfde etablissement als de man in kwestie uitgezocht. Dat was wel in Antwerpen. Desmet, derde keer is trakteren maat!
We hebben ook iets geleerd deze week: naar Flanders Expo rijd je best niet met de fiets. Da’s vragen om problemen. Verkeerd rijden is er één van. Eens aangekomen op de startersdag werden we gelijk aangesproken door iemand van Punt, terwijl het zweet nog van onze neus parelde. Kan geen toeval zijn.
Waar ze hier in Gent ook wel een beetje dol op zijn -stad van kennis, nietwaar?- zijn quizzen. Afgelopen zaterdag moest ik er ook aan geloven. In een huiskamer die verdacht veel leek op het interieur van de Pink Flamingo’s –en dat bleek zelfs niet eens toeval- zouden we in het diepst van onze jeugdherinneringen moeten graven. Probleem 1: mijn jeugd is één groot zwart gat. Probleem 2: ik heb een bloedhekel aan quizzen. Niet in het minst omdat ze de hoogmis van nutteloze kennis zijn, naar het schijnt een typisch mannelijk streven. En toch, zo om de vijf jaar laat ik me nog wel eens overtuigen. Meestal drink en rook ik me dan uit pure verveling en onwetendheid helemaal laveloos, waardoor ik zo mogelijk nog minder waard ben voor mijn teamgenoten wanneer er na lang wachten dan toch eens een muziekvraag langskomt. Noem het gerust een geval van acute Alzheimer. En zo geschiedde. Zelfs het dictee werd een ware ramp. Schrijven met pen en papier –en dus zonder klavier- lukt gewoon niet meer. Of te traag en onleesbaar. Net zoals rekenen zonder rekenmachine al altijd moeizaam verliep. Dictees zijn trouwens ook niet echt mijn hobby, en bovendien uitgevonden om bepaalde woorden, uitdrukkingen, en eigennamen een bestaansreden te geven. Niemand gebruikt ze, of het is één keer per jaar tijdens een –juist ja- dictee. Nog nooit iemand een entrecote weten bestellen bij de slager in volgende bewoordingen: ‘Doe mij maar een exuberante biefstuk van een recalcitrante koe, alstublieft.’ Of elders: ‘Dokter, ik zit met een acuut accres van genitale wratten. Zouden ze een regurgitatie van extramatrimoniale seksuele strapatsen kunnen zijn?’ Maar het was wel heel gezellig. Gezellig op z’n Gents.





