Er zijn twee groepen mensen waar ik mij wel eens aan erger hier in Gent. Nuja, het zijn er wel meer eigenlijk -je bent een filantroop of je bent het niet- maar West-Vlamingen zijn nu éénmaal buiten categorie. Die bedoel ik dus niet.
Toeristen. Ik weet het: ze zijn goed voor de commerce, maar ze zijn met steeds meer. En ze luisteren ook almaar vaker naar tot de verbeelding sprekende namen als Henk of Jaap. Tot daar aan toe. Veel erger vind ik het feit dat ze als een kieken zonder kop over straat slenteren. Meestal met HD-camera in de aanslag. Ik had er laatst bijna ééntje op mijn fietskader gespietst. En ja, ik weet dat je stapvoets moet fietsen in een voetgangerszone. Maar toch… En ondertussen maar morren over de werken in de binnenstad. Zij wonen er niet eens.
Studenten. Ze heten een verrijking -lees: troef- voor de stad. Maar is dat wel altijd zo? Als ik ‘s morgens vroeg langs de Graslei fiets na een vroege lentedag ligt die erbij als een sloppenwijk van Calcutta. We zijn ook jong geweest, maar een beetje respect voor die prachtige historische binnenstad zou toch echt geen kwaad kunnen. Me dunkt. Of ben ik nu een ouwe zeur aan het worden? Maar dat is niet alles. Frituren die volgepakt staan met studenten zijn ook al niet te pruimen. Zeker als ze allemaal een bestelling beginnen afdreunen, zodat het wachten net iets langer duurt.






