Archive for the 'Ruimtelijke ordening' Category

Mens, erger je

Er zijn twee groepen mensen waar ik mij wel eens aan erger hier in Gent. Nuja, het zijn er wel meer eigenlijk -je bent een filantroop of je bent het niet- maar West-Vlamingen zijn nu éénmaal buiten categorie. Die bedoel ik dus niet.

Toeristen. Ik weet het: ze zijn goed voor de commerce, maar ze zijn met steeds meer. En ze luisteren ook almaar vaker naar tot de verbeelding sprekende namen als Henk of Jaap. Tot daar aan toe. Veel erger vind ik het feit dat ze als een kieken zonder kop over straat slenteren. Meestal met HD-camera in de aanslag. Ik had er laatst bijna ééntje op mijn fietskader gespietst. En ja, ik weet dat je stapvoets moet fietsen in een voetgangerszone. Maar toch… En ondertussen maar morren over de werken in de binnenstad. Zij wonen er niet eens.

Studenten. Ze heten een verrijking -lees: troef- voor de stad. Maar is dat wel altijd zo? Als ik ‘s morgens vroeg langs de Graslei fiets na een vroege lentedag ligt die erbij als een sloppenwijk van Calcutta. We zijn ook jong geweest, maar een beetje respect voor die prachtige historische binnenstad zou toch echt geen kwaad kunnen. Me dunkt. Of ben ik nu een ouwe zeur aan het worden? Maar dat is niet alles. Frituren die volgepakt staan met studenten zijn ook al niet te pruimen. Zeker als ze allemaal een bestelling beginnen afdreunen, zodat het wachten net iets langer duurt.

Stationswedstrijd

Berlijn was zo indrukwekkend dat bloggen over het dorp Gent even té banaal leek. Want laat ons eerlijk zijn: vergeleken met de Duitse hoofdstad is Gent een dorp en Antwerpen een provinciestadje, en lijkt elke vorm van chauvinisme op dat vlak nogal bespottelijk. (‘Belachelijk’ is een woord dat onze wederhelft –een ingeweken maar ondertussen geassimileerde Hollandse- niet graag hoort.) En toch kunnen ze het niet laten, de Gentenaren. Al van in mijn lagere schooltijd, toen Gent nog een vuil, donker en stinkend hol was, kreeg ik te maken met het oeverloze geëmmer van al te fiere stroppendragers die geen gelegenheid lieten voorbijgaan om de competitie met de Antwerpenaar kunstmatig in leven te houden. Een verloren zaak natuurlijk, maar soit… Zelfs de pers laat zich op dat vlak niet onbetuigd. Ook twintig jaar later. Gisteren was het weer van dattum, want wie dacht dat de Calimero in de Gentenaar ondertussen in coma lag heeft het mis. 

‘Sint-Pieters wordt het perfecte station, nog beter dan Antwerpen-Centraal.’ 

Kijk, dat Gent Sint-Pieters op termijn een 10/10 krijgt is natuurlijk fantastisch nieuws. Voor Gent én voor die enkele Antwerpenaar die dag in dag uit naar de Arteveldestad spoort. Maar de vaststelling dat het Sint-Pietersstation na de werken het Centraal Station van Antwerpen –nu 9,5/10- zou kloppen met och here een half puntje lijkt mij net zo relevant als de zweetlip van Jean-Marie Dedecker. Bovendien is het nog niet zover. Op dit ogenblik haalt Gent Sint-Pieters een 7/10, zo’n tweeëneenhalve procent slechter dan Antwerpen Centraal. Op dit ogenblik is parkeren in de buurt van het Sint-Pieterssstation –met de auto of fiets- zoiets als zoeken naar een speld in een hooiberg. Vogeltjes die vroeg zingen zijn voor de poes. Afwachten dus… Want als Antwerpenaar kan ik me moeilijk inbeelden dat Gent Sint-Pieters Antwerpen Centraal naar de kroon zou steken. Dat hoeft ook niet. Antwerpen Centraal is gewoon te groot, net zoals Gent te klein is.

Wild van fietsen…

De krant Het Nieuwsblad/De Gentenaar publiceert haar tweede ‘fietspadenrapport’. De teneur is er één van gemiste kansen: ‘Fietsen nog altijd een lijdensweg’. Ook Gent ontsnapt niet aan de fietspadenmalaise. Het Dampoort-kruispunt staat op 4 in de top 5 van slechtste fietspaden van Vlaanderen. ‘Horror aan de Dampoort’ kopt de krant in kwestie met veel gevoel voor drama. 

Toen ik Gent leerde kennen deed ik dat vooral in de auto, en dat was bepaald geen pretje. Laverend tussen een legertje fietsers werd ik bijwijlen een beetje ‘wild van fietsen’. En dat mag je gerust letterlijk nemen. Toen verkeerde ik immers in de naïeve veronderstelling dat Gent de natte droom van elke fietser moest zijn, ook al regende het geen oude wijven. Nu, één jaar later, ben ik vooral fietser en weet ik wel beter.  Schots en scheef liggende kasseien, alomtegenwoordige tramsporen, en het simpelweg ontbreken van duidelijk afgebakende fietspaden: er is nog werk aan de fietswinkel in Gent. Fietsen in Antwerpen is ook niet altijd een zegen –probeer het maar eens in de Nationalestraat- maar bijlange nog niet zo erg(erlijk) als in pakweg de Gentse Papegaaistraat

Veelgehoorde commentaar van Gentenaren in het verweer luidt: ‘Vergeet niet dat het hier vijftien jaar geleden nog stonk en zwart zag van de smog!’. Akkoord, Rome is ook niet in één dag gebouwd en Beke is wellicht het beste wat Gent ooit is overkomen. Geduld is een schone deugd. Maar in Antwerpen is het comfortabeler fietsen. Voorlopig toch. Volgende keer… de voetpaden!

Fietsen op eigen risico, zeker na een fikse regenbui...

De Papegaaistraat: fietsen op eigen risico, zeker na een fikse regenbui...

Fiere stede is klein doolhof

De aanpassing aan mijn nieuwe thuisstad verloopt al bij al vlot. Gent is net als Antwerpen een erg mooie stad. Maar ‘t is niet al goud wat de boer schijt. Twee dingen vallen me meteen op in die Fiere Stede: Gent is klein, en Gent is een doolhof.

Gent is erg klein: van het Madurodam aan de Leie spreken zou van nogal weinig respect getuigen, maar feit is dat  je hier al vlug rond bent. Wat soms een voordeel is. Waar je ook heen moet, een gemiddelde fietsrit kost bijna nooit meer dan tien minuten. Niets is ver en alles is dichtbij. Lekker makkelijk.

Continue reading ‘Fiere stede is klein doolhof’