Had ik al iets gelost over die dolle week vakantiepret in juli? Nee dus.
Er viel een klets regen in het zuiden bij den Duits. De camping dreigde weg te spoelen. Blijft een camper drijven? We zullen het nooit weten. Maar altijd beter dan een tent. Dat dan weer wel.
Bovendien was het er vaak koud. Bitterkoud. Dat heeft dan weer meer met de hoogte te maken. (Schluchsee ligt op meer dan 1000 m.) Barbecue in de kou en in de wind, en in de koude wind. Tegen beter weten in. Het lijkt een schoolvoorbeeld van menselijke stugheid. Al zouden holle HR-managers er evengoed kwaliteiten als volharding en vastberadenheid in herkennen. En kippenbouten garen lang, geloof me.
Soit, Duitsland dus. Sommige dingen veranderen nooit. Dat het eten er nog altijd niet te vreten valt bijvoorbeeld. Schnitzel met gebakken ajuin en vette patatten. Vet, vetter, vetst. Zelfs de meest ranzige diner in de steets durft die meuk niet serveren. En dat het er eigenlijk verdomd toeristisch is. Mijd Cochem en Heidelberg alsjeblieft. Je loopt er over koppen, en het stikt er van de Hollanders. Even rustig verpozen aan de oever van de Rijn zit er ook niet meteen in. Een agressieve zwaan met territoriumdrang lijkt het te menen, en dreigt uit te halen. Beschamend. Zwanen zijn kutbeesten, en zwanenmeren boerenbedrog.
Was alles dan kommer und kwell? Absoluut niet. In Titisee-Neustadt zit een exquis Italiaans restaurant. Met echte Italianen enzo. Freiburg bleek bovendien een gezellig stadje. Ze krijgen er binnenkort de paus op bezoek, en zijn daar schijnbaar heel erg fier om. En de natuur toont zich euh… heel erg groen. In de zon had het er allemaal nog iets fraaier uitgezien. Maar ach… We genoten tenminste één dag van van een schuchter zonnetje op de Feldberg.
Op de laatste dag zijn we verkleumd de grens overgevlucht ter hoogte van Straatsburg, en de zon begon gelijk te schijnen. De Fransen waren er zelfs vriendelijk. Volgende keer gaat het misschien wel meteen richting Alsace. We proefden er immers wijn, en die smaakte naar meer. Veel meer.









