Radio Plus

… altijd gezellig!

Al een hele week slikken we de belegen eighties-hits en low-budgetjingles van Radio Plus.  En het moet gezegd: ze gaan erin als een koppel vers gefrituurde frikandellen op een zondagavond. Geen presentatie, geen nieuws … zelfs geen reclame! Maar wel veel muziek. Kortom, de ideale arbeidsvitaminen om het met een torenhoog radiocliché te benoemen.

De muziek van Plus is de kwaadste nog niet. Daar waar Nostalgie de compleet platgedraaide top vijf-hits van weleer balkt, kiest Radio Plus eerder voor de wat minder bekende, vaak vergeten plaatjes. ‘I could never take the place of your man‘ i.p.v. ‘purple rain’ of ”Do you feel my love‘ i.p.v. ‘gimme hope joanna’. Bijvoorbeeld. Of iets van Modern Talking. Zoiets vergt moed anno 2011. Of ballen. Respect.

Maar wie zijn ze?  Waar zitten ze? En wat doen ze (niet)?

YouTube voorvertoningsafbeelding

Het mysterie groeit met de dag, want Radio Plus leeft nog in een tijdperk waarin protocollen uitsluitend in koningshuizen gedijden. Een radiofreak mét website schreef en kreeg… een kaartje. ‘Met vriendelijke groeten.’ Eén en ander doet vermoeden dat er een mens van vlees en bloed achter Radio Plus zit.

Radio maken kost geld. Veel geld. De vraag hoe Radio Plus de bonen dopt, leidt hier op de werkvloer wel vaker tot gefronsde voorhoofden. Graag een antwoord. Nu. Het is goed geweest. En het moet wel een beetje gezellig blijven.

Willem

De dood van een goede vriend verwerken; hoe doe je dat eigenlijk? Die vraag was nog nooit in me opgekomen. Tot twee weken geleden.

Willem bleek afgelopen jaar één van de weinige zielen die de moeite namen om op dit weblog te reageren. Niet altijd ter zake, maar dat maakte niet uit. Zijn reacties blijven. Als stille getuigen van een vriendschap die abrupt verbroken werd.

We waren mekaar al een jaar of drie en zo’n driehonderd kilometer uit het oog verloren. Uit het oog, maar niet uit het hart. Hij in Londen, en ik in Gent. Maar dat zou slechts tijdelijk zijn. Of om het met zijn eigen woorden op dit weblog te zeggen: “ooit komen we samen…. dream on”.

Het heeft niet mogen zijn. Een laffe, brutale straatoverval besliste daar anders over.  Voor sommigen is een mensenleven niet veel méér waard dan wat cash geld.  Hopelijk levert het onderzoek resultaat op, en geschiedt gerechtigheid. Een beetje dan toch. Want 37 blijft gewoon veel te jong. Laat dat duidelijk zijn.

Bedankt Willem. Voor alles.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Iedereen welkom

Na twee jaar, als bij toeval en uit curiositeit, in de Sint-Pieterskerk beland. Ik stond nog geen minuut richting hemel en naar fresco’s te staren, of ik werd aangesproken door een jongeman. Dienaar des Gods in tijden van kerkelijke zonde. En dan kan een beetje pr geen kwaad. Kwestie van iedereen een warm welkom te heten. Waar kom je dat nog tegen?

A’pen in Miami: de video

Eén jaar na de feiten dan toch iets in mekaar gedraaid met de handycam-rushes van een supertoeristische sightseeing-trip…

 

2011

En elk jaar laten we ons weer vangen. Door de illusie dat het allemaal beter wordt.

Anders. Dat dan weer wel.

Uw Antwerpenaar in Gent begon het nieuwe jaar alvast veelbelovend; met een hardnekkige griep. Zo. Hebben we dat toch al gehad.

Afgelopen weekend bleek mijn laatste werkweekend op de Bijlokesite. Ik sta niet langer op de loonlijst van de stad, en pleegde dus een beetje stamverraad. Tenminste, dat gevoel kreeg ik weinig subtiel ingelepeld door mijn diensthoofd. Eindigen in schoonheid zat er niet helemaal in.  Jammer, want het was een leerrijke ervaring.  Ik heb fijne mensen leren kennen. Collega’s uit de duizend. Ik ga ze missen. Maar soms krijg je kansen, en moet je keuzes maken.

Zoals die kerel in Tucson. Trieste zaak. Maar echt verbaasd ben ik niet. Grimmig stadje, weinig gezellig ook. En al die paranoïde rednecks die liever niet hebben dat je hun straat fotografeert geven geen comfortabel gevoel. Hetzelfde geldt voor de alomtegenwoordige wapenverbodstekens in restaurants en hotels. Want waar rook is, is vuur. Zo blijkt maar weer.

2010 was een jaar vol reizen; Florida, New York, Kroatië, en Arizona. Dit jaar wordt er één van rust en regelmaat. Ik ben moe.  Maar tevreden. Nu al.

A’pen in Arizona

Zoveel ongerepte natuur in één staat; dat moet wel die van de Grand Canyon wezen. Cactussen in alle maten en vormen, bergen in alle hoogtes en laagtes, en zonsondergangen in alle kleuren en schakerigen. De fauna en flora is er van een schoonheid en grootsheid die we hier, overseas, niet meteen kennen. Bovendien zomert het in Zuid-Arizona nog lekker een graad of dertig eind november; de ideale remedie tegen de dreigende winterdip.

Een dertien-in-een-dozijn-plaatje in zuidelijk Arizona.

En toch. Soms denk ik dat ik klaar ben met Amerika. Die ene keer in Tucson bijvoorbeeld wanneer ik op de rooster gelegd word door zes flikken. Werkelijk van alle kanten kwamen ze toegesneld. (Daar kunnen ze hier nog een kepie aan zuigen.)

‘We recieved a call about a man with a shotgun on the roof of the hotel.’

So? Ik was gewoon een paar beelden aan het schieten met een camcorder. Ze vroegen me de kleren van het lijf en noteerden al mijn gegevens, want ‘that guy from Belgium’ zou wel eens staatsgevaarlijk kunnen zijn.

Continue reading ‘A’pen in Arizona’

Calimero

Alweer herstellende van een jetlag en seasonshock -twee keer Engels in één zin; kan je dat wel maken?- gewoon even voetbalcommentator Peter Vandenbempt citeren over het Calimero-complex van de Gentenaar:

“De Gentenaar is blijkbaar graag ontevreden, de Klaagmuur is zijn favoriete stek: AA Gent krijgt te weinig respect, mijnheer. Een altijd terugkerende klacht in het Ottenstadion.”

Conclusie van Vandenbempt luidt dat de buffalo’s geen reden hebben tot klagen. Ik zeg: eerst dat nieuwe stadion afwachten, want dat Ottenstadion is eerste klasse echt onwaardig. Het draait niet alleen om het voetbal, toch?

Studenten geen meerwaarde voor Gent

En ik zal u zeggen waarom.

  • Ze jatten elke fiets. Zelfs al priemt je arendsblik hen in de rug, dan nog durven ze onbeschaamd je fiets opeisen. Als je hen als een strenge schoolmeester annex brutale legerofficier waarschuwt, beginnen ze zo’n beetje puberaal te lachen. De eerstvolgende die nog maar aanstalten maakt om mijn fiets te jatten, vat ik bij de kraag en smak ik in ware Naturel Born Killers-stijl tegen het asfalt. Tot bloedens toe. Want trop is teveel.
  • Ze jatten elke rugzak of handtas mee. Ook al bevat die niets meer dan een boek, een lege thermos, een verouderde MP3-speler, en wat papieren van op het werk. Je verwacht je spullen de volgende dag terug te zien, want wie steelt nu zoiets? Antwoord: studenten.
  • Ze jatten alles wat los staat. Zelfs al gaat het om een verkeersbord voor mindervaliden. Geen respect, geen moraal.

De drogredenen waarmee stelende studenten hun gedrag proberen te vergoelijken zijn werkelijk om van te kotsen. Drogredenen genre ‘Ik steel alleen oude wrakken die al eens gestolen zijn’ of  ’Ik leen alleen maar fietsen.’

Vanuit studentikoos oogpunt is dingen jatten blijkbaar de normaalste zaak van de wereld, om niet te zeggen de norm. Een veralgemening natuurlijk, want het gaat hopelijk maar om een minderheid. En ze zijn bovendien ook zélf slachtoffer. Initiatieven die tegen de stroom in varen verdienen dan ook alle lof.

Maar studenten een meerwaarde voor de stad? Ik dacht het niet. Echt niet.

Herfst

A’pen in Gent is alweer kort van stof, maar dat andere seizoen heeft dan ook zijn intrede gedaan. Met het vallen van de bladeren, valt soms ook de goesting om te bloggen. Trouwens, wie blogt er nu nog in 2010?

Bovendien hebben we nu een Canon EOS 60D in bruikleen, en dat is fraai speelgoed. Het is de eerste keer dat ik een spiegelreflexcamera in de handen kreeg, dus heb ik mij helemaal gesmeten. Afgelopen maandag -bij valavond- ben ik de videofunctie gaan testen aan de Blaarmeersen. Met video ben ik al meer dan een jaar bezig, maar met een foto-apparaat had ik nog nooit gefilmd. Een ervaring apart, en toch wel even wennen als je een professionele filmcamera of recreatieve handycam gewoon bent. Mijn indruk: zo’n fotocamera is uitstekend om details/close-ups vast te leggen met een hoog scherpte/diepte-contrast, maar is iets minder scherp in zijn totaliteit. Bijvoorbeeld als het gaat om vergezichten en/of landschappen. Enfin, zonder al te veel in detail te treden: elk nadeel heb ze voordeel.

Veel volk was er trouwens niet aan de Blaarmeersen, en dat is prettig. In de zomer lijkt het me eerder een te mijden plek, nu was het er heerlijk rustig. Wel veel joggers, een paar wandelaars en … een fotograaf. De arme man keerde een half uur later terug, omdat hij zijn fototas inclusief lenzen had achtergelaten op de steiger. Nog iemand zo opgelucht gezien.

Toerist in eigen stad

Een bewolkte maar droge dag. Meer hadden we niet nodig om eindelijk eens dat Gravensteen binnen te stappen. Ik herinner mij vooral een zaal vol macabere wapens. Vree wijs. En een folterkamer! Zo mogelijk nog wijzer. Een beetje ziek misschien, maar dat voedt nu eenmaal de ramptoerist.

Minder wijs vond ik de vaststelling dat het Gravensteen anno 2010 nog weinig te maken heeft met dat van de Middeleeuwen. Heropbouwen is één ding, authenticiteit een ander. Misschien wat kort door de bocht, maar dat is de indruk die bleef hangen. In die oude afbeeldingen herken ik nog nauwelijks het Gravensteen dat wij vandaag kennen.

Soit, het zal de talrijke toeristen Gentse paardenlookworst wezen. Een bezoekje meer dan waard dus. En wat meer is: als Gentenaar mag je er gratis in.