Ik zweer

… de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.

Serieus, dat is toch niet meer van deze tijd. En o wee als je de nuance vergeet. Ik mocht immers de spits afbijten, en dat voelt net iets minder comfortabel.

Stadssecretaris: Je bent iets vergeten.

Ik: Mijn naam?

Schepen: Nee, trouw.

Ik: Wat trouw?

Schepen: Trouw.

Ik *spiekend naar een papier*: Ah, trouw! Ok, opnieuw dan maar.

Weer geen al te beste beurt gemaakt. Ik zie die mens zich afvragen waar ze die rare hebben uitgetrokken. Uit Antwerpen dus. Laat dat duidelijk zijn.

Nog even een obligaat beleefdheidspintje en geforceerd gesprek, en dan de hort op. De Pink Flamingo’s ligt immers maar op een steenworp van ‘t stadhuis. En het decor is er al even uniek. Dat kan ook gezegd worden van de gesprekken. Want hier gaat het niet over stadsprojecten, maar over -hou u vast- beflappen.  Moet kunnen.

Karper geweest

Toen het nog zomerde in Gent fietste ik wel eens naar de Blaarmeersen. Waar ik mijn vaste stek had. Niet om te vissen, maar om wat te lezen en/of tot rust te komen. Maar waar komt die penetrante lijkgeur vandaan?

Ok, even inzoomen. Je kan dat vies vinden, maar ik vind dat fascinerend. Hoe de natuur zichzelf reguleert en haar afval verwerkt. Tot er uiteindelijk niks meer rest. Machtig.

Normaal gezien is het de karper die de maden eet. Hier zijn de rollen omgekeerd.

Even geen zin om een titel te bedenken

Geloof het of niet, maar deze Antwerpenaar werkt tegenwoordig voor de stad Gent. Meer zelfs: voor een toegangspoort tot de stad zelf. Het moet natuurlijk wel een beetje cryptisch blijven, want dit is nog altijd het internet. Daar waar je twee keer nadenkt voor je te veel prijsgeeft. Of het moest zijn dat je over een laag zelfbeeld en narcistische persoonlijkheid beschikt.

Bon, een museum dus. Méér integratie is nauwelijks denkbaar. Toch? Je kan je natuurlijk ook afvragen hoeveel Antwerpenaar er nog rest na twee jaar in die fiere stede. Op mijn paspoort staat immers twee keer ‘Gent’.

En toch…

Eens in ‘t stad, lijkt het alsof ik nooit ben weggeweest. Alsof er nooit sprake is geweest van een Lange Wapper.

Als zo’n fanatieke strop ook maar één slecht woord over A zegt, breng ik alvast het afweergeschut in gereedheid.

Overigens begint de bron van dit interstedelijk weblog stilaan uit te drogen. Misschien wordt het tijd om het over een andere boeg te gooien. Iets over koken met roadkill of zo?

A’pen in NYC: de video

Ik heb wat zitten knutselen met de videobeelden van onze trip naar New York. Een tijdrovende bezigheid. Niet in het minst omdat de beelden met een simpele handycam, zonder statief, zijn geschoten. Beperkte kwaliteit dus en bovendien in een zwaar gecompresseerd formaat. Er zijn weinig processoren die dat trekken: de i7 doet dat wel.

Soit, het was plezant en hopelijk blijkt dat ook uit de montage. De muziek komt eveneens uit New York: Vampire Weekend – ‘The kids don’t stand a chance’ (remix Miike Snow). Je vindt het nummer enkel op het net. Hier dus, gratis en voor niets.

Plitvice Lake

Nogal wat anders dan de Blaarmeersen…

Belevenissen in Gent en Kroatië

De afgelopen twee maanden zijn voorbijgeflitst. Eerst was er dat verdomde WK, met matig voetbal maar des te meer animo. En van drie dagen Gentse Feesten blijft niet veel hangen, behalve dan een Irisch Coffee om acht uur ‘s morgens op de Flashmarkt. Een geval van peer pressure. (Lees: ik had er niet om gevraagd.) Irish coffee leek mij eerder iets voor winterse zondagmiddagen in Ierse pubs.

Achtenveertig uur later landde mijn lijf in Noord-Italië. Wat later verplaatste het zich via Slovenië naar het mooie Kroatie. Het verstand -de geest als u wil- bleek iets minder mobiel en bevond zich aanvankelijk nog op de Gentse Feesten.  De groene rust en dennengeur van Plitvicka Jezera stonden nochtans in schril contrast met de betonnen drukte en de geur van verschraald bier en vervlogen urine in Gent. Bovendien deden onze sympathieke gastheren alle moeite van de wereld om de overgang enigszins te verzachten. Sterker nog, vader en zoon in kwestie zouden niet misstaan hebben op de Feesten. Al begin je dan beter niet van ‘s morgens vroeg te zuipen. Zo haal je nooit de eindmeet. Karlovaçko blijkt trouwens eigendom van Heineken. Onwetendheid smaakt soms net iets minder bitter.

Binnenkort foto’s van die prachtige Plitvice-meren; een stukje wondermooie, ongerepte natuur.  Nu ja, ongerept in die zin dat je alleen mag wandelen in het natuurpark. Op platgetreden paden, en tussen een leger toeristen met spiegelreflexcamera in de aanslag.  Vroeger had iedereen zo’n handig digitaaltje, tegenwoordig hoor je pas bij de club met zo’n zware loebas rond je nek.  Ik vraag me soms af hoeveel van die gasten al eens een foto trekt met handmatige instellingen. Soit, ik doe het nog altijd met een kwalitatief digitaaltje. Stelletje snobs. Tsss…

We hadden een Fiat Panda gehuurd in Triëst, wat geregeld voor verwarrende taferelen zorgde. ‘Scusi, blababla blablabla…’ Italiaans voor beginners. ‘Què?’. Op de terugweg kregen we zelfs het blinde vertrouwen van een Italiaan die de weg kwijt was. Aan elk rood licht deed hij een uitgebreide uitleg met drukke gebaartjes enzo. Gesticuleren moet ooit uitgevonden zijn door een Italiaan. En wij maar knikken. Groot was zijn verbazing toen hij merkte dat we een tussenstop maakten in de havenstad Rijeka.

Kroatië is trouwens een absolute aanrader. Prachtig land, ongelooflijk lieve en open mensen, en lekker eten voor geen geld. Aan de kust bijna een vis-indigestie opgelopen bij wijze van spreken. Mijn eega at drie avonden na mekaar hetzelfde: langoustines. Never change a winning dish.

En nu weer in Gent: een stad met de allures van een dorp. Zeker na de Feesten. Alle goedbedoelde initiatieven ten spijt. Misschien toch nog eens naar Antwerpen afzakken.

Hup!

Zomer in Gent (en ver daarbuiten)

Het zomerreces heeft een aanvang genomen, en dus verschijnt hier even wat minder tekst. Inspiratie zat, maar het woord blijkt sterker dan de daad. Terwijl de daad toch eigenlijk ook gewoon het woord is. Enfin, dat wordt ingewikkeld… Om maar te zeggen dat de toog van de Pink Flamingo’s een goeie inspiratiebron is. Mocht hij een vrouw zijn, dan was hij een muze.

Niet dat deze devote dopper -tegen wil en dank, maar wie gelooft dat nog?- zijn dagen vult met het sponsoren van de lokale horeca. Maar toch. Je moet iets natuurlijk.

Oh ja, dat groot scherm op Sint-Baafs is echt de max! Heerlijke ambiance, en je raakt er steevast aan de praat met een fanatieke voetbalzot. Afgelopen vrijdag probeerde er zelfs één mijn lief te versieren. Waar ik bijstond. Toen hij dat doorkreeg, klonk het dat hij ‘voor de ambiance’ komt. Ik antwoordde dat ik voor het voetbal kom. Hij maakte nog een flauwe woordspeling waar ik even moest over nadenken: iets met Kuyt en kaviaar. Soit. Morgen is het weer van dattum: Oranje tegen de Uruguayanen. Altijd weer lachen. En zweten.

Nog een paar weken en ‘t zijn Gentse Feesten. Ook dit jaar maar voor heel even, wat mij betreft.  Op de vijfde dag vliegen we naar Kroatië. Een weekje gaan cruisen met een huurauto. Al klinkt cruisen misschien wel een beetje gay, nu ik er zo over nadenk. Enfin, naar ‘t schijnt hebben ze daar goeie wijnen.

Kiezen in Gent

Bon, we zijn er weer vanaf. Voor de tweede keer sinds het bestaan van dit lokale blog naar Atheneum Wispelberg. Dat op zich is al een hele curiositeit.

De sfeer zat er naar goede gewoonte meteen goed in. Geen wachtenden rond kwart voor één. Een streng schoolmeestertype blaft op formele wijze mijn naam naar één van de bijzitters. Die zitten er op zijn zachtst gezegd stoïcijns bij. Als geslagen honden. ‘T is dan ook weer om het gras af te rijden.

Ik heb voor de derde keer op rij op de N-VA gestemd. Niet op Bracke maar op een blogger. En op een slimme mens voor de Senaat. Waarom? Vanuit een Vlaamse reflex. Omdat ik vind dat er meer dan ooit een duidelijk signaal nodig is naar de Waalse politici. En omdat er meer dan ooit nood is aan een strenge migratiepolitiek. Ik ben het overigens niet eens met het sociaal-economisch programma van de N-VA.

Je mening verkondigen op café is in Gent niet altijd vanzelfsprekend. Gent is een links nest in vergelijking met Antwerpen. Al hangt veel ervan af in welk milieu je je begeeft.

Overigens: discussiëren over politiek kan nuttig blijken. Om je eigen mening bij te schaven of te wijzigen bijvoorbeeld. Alleen dommeriken veranderen nooit van gedacht. Maar een discussie dient niet om je eigen mening op te dringen en ze voor te stellen als de enige die er toe doet. Het eigen grote gelijk zeg maar, waarbij de rede zich aandient als een staaltje onversneden demagogie. Laat dat maar aan politici over.

Kijkstage

Als u één dezer een knalrood autootje van een autorijschool ziet voorbijknoeien in de regio Gent, dan is de kans groot dat ik erin zit. Niet op de bestuurders- of passagiersstoel, maar op de achterbank. Tweeëndertig uren kijkstage vormen de kroon op de geweldige opleiding ‘rijschoollesgever‘ van de VDAB en Cevora. Een mens moet iets als hij niet meer aan de bak komt. Ik zou zelfs meer durven zeggen: een mens wordt daar redelijk wanhopig van. Verdomde crisis. Je kan toch niet elke avond een sixpack wegtikken?

Rijschoollesgever dus: een knelpuntberoep. Logisch. De (staats)examens zijn niet van de poes, de job is slecht betaald (max. 1300 euro netto), en je zet eigenlijk elke dag je leven op het spel. Niks om voltijds te doen, maar wel een interessant bijberoep.

En ondertussen die verdomde kijkstage. Van de Heuvelpoort naar Melle naar Gentbrugge naar De Pinte naar Melle en vice versa. En ik mag niks zeggen. Alleen maar kijken. En ik heb dingen gezien die de leerling niet zag: copulerende koeien bijvoorbeeld. Eéntje om te onthouden voor die modelles. Eigenlijk had ik het na vier uren al redelijk bekeken. Toen kroop een vrouwmens van middelbare leeftijd achter het stuur dat mij bijna een whiplash kostte. En ik heb ook geleerd dat je als rijinstructeur beter geen koffie drinkt tijdens de diensturen. Tweeëndertig uren… hoe halen ze ‘t in hun hoofd? Als een leeuw in een kooi.